Eerste nakomelingen voor bidsprinkhanen in Midden-Limburgs heideterrein

Op een heideterrein in Midden-Limburg werden in september 2019 voor de eerste keer Europese bidsprinkhanen waargenomen. Vandaag kan er met zekerheid gezegd worden dat ze voor de eerste zekere nakomelingen gezorgd hebben in Vlaanderen.

In september 2019 werd een kleine populatie Europese bidsprinkhanen gevonden midden in natuurgebied, op een heideterrein in Midden-Limburg. Vermoedelijk zijn de dieren daar terechtgekomen door het passief meeliften met transport en nadien verdere verspreiding in de buurt. Paring werd toen vastgesteld en de populatie betrof minimum een 8-tal verschillende volwassen exemplaren. Opmerkelijk feit is het bijzondere paringsritueel van de bidsprinkhaan. Het vrouwtje eet het mannetje immers op.

Begin juli stelde een vrijwilliger van Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid vast dat er juveniele bidsprinkhanen aanwezig waren in het Midden-Limburgs heideterrein. Tot nog toe werden 3 juveniele exemplaren gevonden. Ze meten tussen de 2,5 en 3 centimeter. Gelet op hun grootte, moeten de nimfen al minstens 3 vervellingen hebben ondergaan. Heel wat insecten, zoals sprinkhanen en krekels, groeien door een aantal vervellingen uit van kleine nimfen, zo noemt men de juveniele insecten, tot adulte exemplaren.

De nimfen van de bidsprinkhaan barsten letterlijk uit hun vel. Wanneer ze door te groeien groter worden moet de oude huid plaats maken voor een nieuwe grotere huid. Bij de geboorte lijkt de enkele millimeter grootte nimf al op een volwassen exemplaar. Wanneer de nimf vleugels heeft, heeft het de laatste vervelling achter de rug. Vanaf dan wordt er gesproken over een imago. Volwassen bidsprinkhanen leven gemiddeld een 40-tal dagen.

De bidsprinkhaan is een warmteminnende soort, die nieuw is voor Vlaanderen. Als gevolg van de klimaatverandering komen in noordelijke gebieden steeds meer geschikte omgevingscondities voor waarin bidsprinkhanen kunnen gedijen. De Europese bidsprinkhaan jaagt in lage begroeiingen en struiken op insecten en andere geleedpotigen, kleiner dan hijzelf.