Moeten we onze vleermuizen en andere in het wild levende dieren beschermen tegen Covid-19?

Moeten we onze vleermuizen en andere in het wild levende dieren beschermen tegen Covid-19?

COVID-19 heeft een enorme impact op de volksgezondheid. Daarom neemt de overheid maatregelen om het virus in te dijken. We hebben vanuit Natuur en Bos en andere relevante partners ook aandacht voor de mogelijke negatieve impact van een overdracht van het COVID-19-virus van de mens op dieren die in het wild leven, waaronder ook vleermuizen. We willen immers voorkomen dat kwetsbare populaties, die belangrijk zijn voor onze biodiversiteit, getroffen worden. Ook willen we vermijden dat nieuwe virussen ontstaan, die dan mogelijk weer naar de mens overgedragen kunnen worden. De coronapandemie maakt duidelijk wat wetenschappers al lang weten: de mens heeft er alle belang bij om de biodiversiteit en ecosystemen te beschermen. Een ecosysteem in evenwicht is de beste garantie tegen toekomstige uitbraken van nieuwe pandemieën die onze volksgezondheid bedreigen.

Mensen en dieren dragen verschillende soorten virussen en andere ziekteverwekkers met zich mee. In enkele gevallen kunnen die van de ene soort op de andere overspringen. Zo is ook het virus SARS-CoV-2 dat COVID-19 veroorzaakt bij de mens terecht gekomen. Een van de mogelijke theorieën is dat het nu circulerende virus zijn oorsprong zou hebben bij een verwant virus, gevonden bij een Chinese vleermuissoort. Dat zou vervolgens al dan niet via een andere diersoort zijn overgegaan naar de mens. Door verdere mutaties evolueerde het uiteindelijk naar een voor de mens heel besmettelijk virus. De evolutie van het vleermuisvirus naar het voor de mens besmettelijk virus zou dan naar schatting 40-70 jaar hebben geduurd. Het is belangrijk te weten dat het COVID-19-virus niet voorkomt bij de Europese vleermuizen of bij andere in het wild levend dieren.

De angst die bij sommige mensen de laatste weken ontstaan is voor vleermuizen, is dus niet nodig. Sommigen, dat zien we ook in het buitenland, zouden zelfs vleermuizen en/of hun nestplaatsen ten onrechte willen vernietigen. In Vlaanderen leven 19 soorten vleermuizen, waarvan er 13 ernstig bedreigd zijn. Het zijn heel nuttige dieren en ze hebben een cruciale rol in een goed functionerend ecosysteem. Ze bewijzen de maatschappij een groot nut. Zo verorberen ze bijvoorbeeld elke nacht grote aantallen muggen, waaronder ook muggensoorten die ziektes zoals malaria verwekken. Ook voor de landbouw is het heel goed dat de vleermuizen populaties van bepaalde insectensoorten in bedwang houden. Daarnaast vervullen vleermuizen wereldwijd een belangrijke ecologische rol bij de bestuiving van plantensoorten en de verspreiding van veel zaden van fruit waarmee ze zich voeden.

We moeten daarom voorkomen dat de mens het COVID-19-virus zou overbrengen naar onze bedreigde vleermuizen en bij uitbreiding ook andere populaties. Wetenschappers achten de kans dat het virus een probleem zou veroorzaken bij vleermuizen of andere wildpopulaties klein, maar sluiten het momenteel niet uit. Het is niet bekend wat het effect gaat zijn van een infectie met een voor hen nieuw en onbekend virus.  Daarom moeten we voorzichtig zijn en alle voorzorgen nemen om het COVID-19-virus niet over te dragen van de mens op in het wild levende dieren.

Welke in het wild levende diersoorten in Vlaanderen zijn vatbaar voor COVID-19?

De meeste diersoorten zijn naar alle waarschijnlijkheid niet gevoelig voor het COVID-19-virus en zullen er dus ook niet ziek van worden of het zelf actief verspreiden. Gebaseerd op de nog beperkte beschikbare wetenschappelijke kennis zijn een aantal diersoorten mogelijk wel meer vatbaar voor het virus. Zo kan het circulerende virus mogelijk wel worden overgedragen op katten, marterachtigen, hertachtigen (ree, damhert, edelhert) en enkele vleermuissoorten. Ook runderen en schapen die worden ingezet om natuurgebieden te begrazen zouden kunnen behoren tot de meer vatbare diersoorten voor het COVID-19-virus. Het is op dit moment nog onduidelijk hoe vlot het kan worden overgedragen van de mens op de meer vatbare diersoorten en wat vervolgens de impact is voor de dierpopulatie.

Ziektebewaking door Natuur en Bos

Om meer inzicht te verwerven in de mogelijke impact van het COVID-19-virus op in het wild levende dieren, start Natuur en Bos er een passieve bewaking van op, alsook van andere ziekteverwekkers, bij in het wild levende dieren. Wat houdt dit nu juist in?

Vleermuizen die dood aangetroffen worden, worden ingezameld door vrijwilligers van de vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt. Ook vleermuizen die overlijden in een VOC worden ingezameld.  Deze kadavers zullen vervolgens worden gescreend op Rabiës, SARS-CoV-2 en andere ziekteverwekkers. Dit in samenwerking met SCIENSANO en de KULeuven. Het transport van stalen en kadavers gebeurt door Diergezondheidszorg Vlaanderen.

Daarnaast worden dieren die worden opgevangen in een opvangcentrum voor in het wild levende dieren gescreend op COVID-19 in een samenwerking met de UGent. Het gaat daarbij om marters, vleermuizen en hertachtigen. Indien andere dieren symptomen vertonen die verdacht zijn voor Covid-19, zullen deze ook gescreend worden.

Aanbevelingen

Om uitgaande van het voorzorgsprincipe onze wilde dierenpopulaties te beschermen, is het aangewezen om voorzorgsmaatregelen te nemen bij contact met in het wild levende dieren.

Hieronder kan je een overzicht terugvinden met de aanbevelingen voor mensen die in aanraking komen met of in de buurt komen van in het wild levende dieren, zijnde:

  1. aanbevelingen voor medewerkers van opvangcentra voor in het wild levende dieren;
  2. aanbevelingen voor wandelaars die een ziek, verzwakt of gekwetst dier in het wild aantreffen;
  3. aanbevelingen voor eigenaars en gebruikers van een kelder, zolder of stal met vleermuizen;
  4. aanbevelingen voor vleermuisonderzoekers en professionelen die een direct contact hebben met vleermuizen;
  5. aanbeveling voor anderen die indirect contact hebben met vleermuizen.

Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op internationale aanbevelingen en op de beschikbare wetenschappelijke kennis. Deze aanbevelingen gelden met onmiddellijke ingang tot 1 april 2021. Maar zodra er meer duidelijkheid is over het risico op en de impact van overdracht van het COVID19-virus naar in het wild levende dieren kunnen deze richtlijnen worden bijgestuurd.

1. Aanbevelingen voor medewerkers van opvangcentra voor in het wild levende dieren

Om zo goed mogelijk te voorkomen dat verzorgers een eventuele coronabesmetting zouden overdragen naar de dieren die ze opvangen in het opvangcentrum, wordt aanbevolen om volgende voorzorgsmaatregelen te nemen bij het verzorgen van in het wild levende zoogdieren (het voederen en manipuleren van zoogdieren, het reinigen van de kooien, …):

  • Blijf steeds thuis als je positief getest bent op COVID-19, elke vorm van ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen opgevangen dieren tot twee weken na het verdwijnen van de symptomen.
  • Hou je aan de geldende social distancing regels voor contact met andere mensen die uitgevaardigd zijn door de federale overheid.
  • Draag wegwerphandschoenen. Indien dikkere handschoenen aangewezen zijn om beten te voorkomen (bv. ter voorkoming van rabiës), moeten deze handschoenen na elk gebruik gereinigd en gedesinfecteerd worden (door te wassen op 60°C of door gebruik van een ontsmettingsmiddel).
  • Draag een mondmasker. Dit is liefst een medisch-FFP2-mondmasker, maar indien dat niet beschikbaar is, voldoet ook een ander mondmasker dat conform is aan de criteria beschreven op https://www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker/.
  • Reinig al het gebruikte materiaal.
  • Stel na een verblijf in een VOC marterachtigen, vleermuizen en hertachtigen pas terug in vrijheid na een negatief testresultaat van het COVID-19-virus. Wanneer andere zoogdieren ziektesymptomen vertonen die verdacht zijn voor een COVID-19-infectie, stel je deze ook pas terug in vrijheid na een negatief testresultaat van het COVID-19-virus.

2. Aanbevelingen voor wandelaars die een ziek, verzwakt of gekwetst dier in het wild aantreffen

Als je in de natuur een wild dier vindt dat ziek of gekwetst is, dan kan je het voor verzorging brengen naar een erkend opvangcentrum voor in het wild levende dieren. De contactgegevens van deze VOCs kan je hier terugvinden: www.vogelbescherming.be/wild-dier-nood/adressen-contactgegevens

  • Laat een dier dat niet duidelijk ziek of gekwetst is in de natuur.
  • Zeker als je een schijnbaar verlaten reekalfje ziet, ga er niet naartoe, raak het niet aan en laat het ter plaatste. Verlaat zo snel mogelijk de omgeving zodat de moeder terug kan keren om het jong te zogen.
  • Raak geen dieren aan als je symptomen hebt van COVID-19 of deze recent hebt gehad.
  • Doe wegwerphandschoenen aan en een mondmasker als je een noodlijdend dier naar een VOC brengt. Dit om de kans te minimaliseren dat je het COVID-19-virus zou overbrengen op het dier.

Opmerking: op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker kan je terugvinden welk mondmasker je kan kopen of hoe je er zelf een kan maken.

3. Aanbevelingen voor eigenaars en gebruikers van een kelder, zolder, bunker of stal met vleermuizen

  • Vermijd de omgeving van vleermuizen als je positief getest bent op COVID-19, elke vorm van ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen vleermuizen tot twee weken na het verdwijnen van de symptomen.
  • Vermijd zoveel mogelijk de ruimtes waar vleermuizen verblijven om hen te beschermen.
  • Betreed je toch een ruimte met vleermuizen, draag dan een mondmasker en wegwerphandschoenen om de vleermuizen te beschermen en ze niet ziek te maken.
  • Zijn er enkel vleermuizen in jouw kelder, zolder of stal in het winterseizoen?
    • Gebruik dan toch al vanaf juli bij het betreden van die ruimten al een mondmasker als bescherming en pas een goede handhygiëne toe (dit wil zeggen: was je handen zorgvuldig voor en na het bezoek). Dit om het COVID-19-virus niet te verspreiden in de ruimte waar de vleermuizen vanaf juli al zullen langskomen.
    • Draag bij rondleidingen in mergelgrotten of forten mondmaskers en zie erop toe dat er een goede handhygiëne is (dit wil zeggen: was je handen zorgvuldig voor en na het bezoek).

Opmerking: op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker kan je terugvinden welk mondmasker je kan kopen of hoe je er zelf een kan maken.

4. Aanbeveling voor vleermuisonderzoekers en professionelen die een direct contact hebben met vleermuizen

  • Alle directe interactie met vleermuizen in het kader van onderzoek en populatieopvolging wordt tijdelijk stopgezet om onze vleermuispopulaties te beschermen. Deze directe interactie omvat vangst en/of manipulatie van vleermuizen, evenals langdurig in de nabijheid van (<3 m) vleermuiskolonies verblijven.
  • Ook tellingen in zomerverblijfplaatsen (o.a. kerkzolders) en winterplaatsen (o.a. bunkers en forten) worden tijdelijk gestopt om zo min mogelijk humane nabijheid te creëren bij vleermuizen om onze vleermuispopulaties te beschermen.
  • Tellingen en gebruik van akoestische instrumenten zijn toegelaten in openlucht indien ze op een afstand van minstens 5 meter van de verblijfplaats gebeuren.
  • Mensen die daartoe de nodige vergunningen hebben, kunnen nog steeds interventies doen wanneer vleermuizen in de binnenruimtes van gebouwen rondvliegen of hangen (zoals een horecazaak, bedrijfsruimte, museum,…), mits de inachtneming van volgende voorzorgsmaatregelen:
    • Blijf steeds thuis als je positief getest bent op COVID-19, elke vorm van ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen vleermuizen tot twee weken na het verdwijnen van de symptomen.
    • Hou je aan de geldende social distancing regels voor contact met andere mensen die uitgevaardigd zijn door de federale overheid.
    • Draag handschoenen bij het onvermijdbare manipuleren van vleermuizen. Deze handschoenen moeten ook dik genoeg zijn om niet gebeten te worden om rabiës infectie te voorkomen. Raak tijdens het dragen van de handschoenen je gezicht niet aan. Ontsmet voor en na het aanraken van vleermuizen de handschoenen (door te wassen op 60°C of door gebruik van een ontsmettingsmiddel).
    • Draag een mondmasker als je vleermuizen bewust benadert of behandelt. Dit is liefst een medisch-FFP2-mondmasker, maar indien dat niet beschikbaar is, voldoet ook een ander mondmasker dat conform is aan de criteria beschreven op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker.
    • Reinig al het gebruikte materiaal.

5. Aanbeveling voor anderen die indirect contact hebben met vleermuizen

  • Inspecteurs van monumentenwacht, ander inspectiepersoneel (bv. onroerend erfgoed), mensen van de kerkuilenwerkgroep en andere mensen die vaak in ruimtes komen die gebruikt worden door vleermuizen, moeten volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
    • Blijf steeds thuis als je positief getest bent op COVID-19, elke vorm van ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen vleermuizen tot twee weken na het verdwijnen van de symptomen.
    • Hou je aan de geldende social distancing regels voor contact met andere mensen die uitgevaardigd zijn door de federale overheid.
    • Bezoek zolders en andere plekken waar vleermuizen voorkomen alleen voor onvermijdbare activiteiten met een acuut karakter (zoals bv. Brandveiligheid, inspecties).
    • Beperk daarbij het aantal personen tot het minimum noodzakelijk voor het uitvoeren van de activiteit.
    • Draag als je dergelijke plaatsen bezoekt steeds wegwerphandschoenen en een mondmasker. Dit is liefst een medisch-FFP2-mondmasker, maar indien dat niet beschikbaar is, voldoet ook een ander mondmasker dat conform is aan de criteria beschreven op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker.
    • Gooi na het bezoek de handschoenen weg.


De risico-evaluatie van de federaal-gewestelijke ‘Risk Assessment Group Covid-19 Animals, subwerkgroup Wildlife’ aangaande de overdracht van SARS-CoV-2 naar de wilde fauna kan je hier terugvinden.