Moeten we onze vleermuizen en andere in het wild levende dieren beschermen tegen Covid-19?

Moeten we onze vleermuizen en andere in het wild levende dieren beschermen tegen Covid-19?

COVID-19 heeft een enorme impact op de volksgezondheid. Daarom neemt de overheid maatregelen om het virus in te dijken. We hebben vanuit Natuur en Bos en andere relevante partners ook aandacht voor de mogelijke negatieve impact van een overdracht van het COVID-19-virus van de mens op dieren die in het wild leven, waaronder ook vleermuizen. We willen immers voorkomen dat kwetsbare populaties, die belangrijk zijn voor onze biodiversiteit, getroffen worden. Ook willen we vermijden dat nieuwe virussen ontstaan, die dan mogelijk weer naar de mens overgedragen kunnen worden. De coronapandemie maakt duidelijk wat wetenschappers al lang weten: de mens heeft er alle belang bij om de biodiversiteit en ecosystemen te beschermen. Een ecosysteem in evenwicht is de beste garantie tegen toekomstige uitbraken van nieuwe pandemieën die onze volksgezondheid bedreigen.

Mensen en dieren dragen verschillende soorten virussen en andere ziekteverwekkers met zich mee. In enkele gevallen kunnen die van de ene soort op de andere overspringen. Zo is ook het virus SARS-CoV-2 dat COVID-19 veroorzaakt bij de mens terecht gekomen. Een van de mogelijke theorieën is dat het nu circulerende virus zijn oorsprong zou hebben bij een verwant virus, gevonden bij een Chinese vleermuissoort. Dat zou vervolgens al dan niet via een andere diersoort zijn overgegaan naar de mens. Door verdere mutaties evolueerde het uiteindelijk naar een voor de mens heel besmettelijk virus. De evolutie van het vleermuisvirus naar het voor de mens besmettelijk virus zou dan naar schatting 40-70 jaar hebben geduurd. Het is belangrijk te weten dat het COVID-19-virus niet voorkomt bij de Europese vleermuizen of bij andere in het wild levend dieren.

De angst die bij sommige mensen de laatste weken ontstaan is voor vleermuizen, is dus niet nodig. Sommigen, dat zien we ook in het buitenland, zouden zelfs vleermuizen en/of hun nestplaatsen ten onrechte willen vernietigen. In Vlaanderen leven 19 soorten vleermuizen, waarvan er 13 ernstig bedreigd zijn. Het zijn heel nuttige dieren en ze hebben een cruciale rol in een goed functionerend ecosysteem. Ze bewijzen de maatschappij een groot nut. Zo verorberen ze bijvoorbeeld elke nacht grote aantallen muggen, waaronder ook muggensoorten die ziektes zoals malaria verwekken. Ook voor de landbouw is het heel goed dat de vleermuizen populaties van bepaalde insectensoorten in bedwang houden. Daarnaast vervullen vleermuizen wereldwijd een belangrijke ecologische rol bij de bestuiving van plantensoorten en de verspreiding van veel zaden van fruit waarmee ze zich voeden.

We moeten daarom voorkomen dat de mens het COVID-19-virus zou overbrengen naar onze bedreigde vleermuizen en bij uitbreiding ook andere populaties. Wetenschappers achten de kans dat het virus een probleem zou veroorzaken bij vleermuizen of andere wildpopulaties klein, maar sluiten het momenteel niet uit. Het is niet bekend wat het effect gaat zijn van een infectie met een voor hen nieuw en onbekend virus.  Daarom moeten we voorzichtig zijn en alle voorzorgen nemen om het COVID-19-virus niet over te dragen van de mens op in het wild levende dieren.

Welke in het wild levende diersoorten in Vlaanderen zijn vatbaar voor COVID-19?

De meeste diersoorten zijn naar alle waarschijnlijkheid niet gevoelig voor het COVID-19-virus en zullen er dus ook niet ziek van worden of het zelf actief verspreiden. Gebaseerd op de nog beperkte beschikbare wetenschappelijke kennis zijn een aantal diersoorten mogelijk wel meer vatbaar voor het virus. Zo kan het circulerende virus mogelijk wel worden overgedragen op katten, marterachtigen, hertachtigen (ree, damhert, edelhert) en enkele vleermuissoorten. Ook runderen en schapen die worden ingezet om natuurgebieden te begrazen zouden kunnen behoren tot de meer vatbare diersoorten voor het COVID-19-virus. Het is op dit moment nog onduidelijk hoe vlot het kan worden overgedragen van de mens op de meer vatbare diersoorten en wat vervolgens de impact is voor de dierpopulatie.

Ziektebewaking door Natuur en Bos

Om meer inzicht te verwerven in de mogelijke impact van het COVID-19-virus op in het wild levende dieren, start Natuur en Bos er een passieve bewaking van op, alsook van andere ziekteverwekkers, bij in het wild levende dieren. Wat houdt dit nu juist in?

Vleermuizen die dood aangetroffen worden, worden ingezameld door vrijwilligers van de vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt. Ook vleermuizen die overlijden in een VOC worden ingezameld.  Deze kadavers zullen vervolgens worden gescreend op Rabiës, SARS-CoV-2 en andere ziekteverwekkers. Dit in samenwerking met SCIENSANO en de KULeuven. Het transport van stalen en kadavers gebeurt door Diergezondheidszorg Vlaanderen.

Daarnaast worden dieren die worden opgevangen in een opvangcentrum voor in het wild levende dieren gescreend op COVID-19 in een samenwerking met de UGent. Het gaat daarbij om marters, vleermuizen en hertachtigen. Indien andere dieren symptomen vertonen die verdacht zijn voor Covid-19, zullen deze ook gescreend worden.


Oproep tot inzameling van vleermuiskadavers voor onderzoek

Als je een dode vleermuis vindt, breng deze dan naar één van de vijf onderstaande VOCs die zijn aangeduid voor de ANB-ziektebewaking:

Regio/provincie

Opvangcentrum voor wilde dieren (VOC)

Telefoonnr

Adres

Vlaams-Brabant

VOC Malderen

052 33 64 10

Boeksheide 51, 1840 Malderen

Limburg

VOC Natuurhulpcentrum Opglabbeek

089 85 49 06

Industrieweg Zuid 2051, 3660 Opglabbeek

Antwerpen

VOC Brasschaat-Kapellen

0473 48 48 97

Holleweg 43, 2950 Kapellen

Oost-Vlaanderen

VOC Merelbeke

09 230 46 46

Liedermeersweg 14, 9820 Merelbeke

West-Vlaanderen

VOC Oostende

059 80 67 66

Nieuwpoortsesteenweg 642, 8400 Oostende

Bij het verpakken van het kadaver moet een mondmasker en wegwerphandschoenen gedragen worden. Dit zodat er geen humane virussen kunnen worden overgedragen op het kadaver waardoor de onderzoeksresultaten vertekend worden.

Verpak elk kadaver in een afgesloten dubbele plastieken zakje (zipperzakje of zakje dat goed afgesloten is met touwtje of sluitstrip). Bij het tweede zakje wordt een papier gevoegd met volgende informatie:

  • Naam en gsm van de vinder
  • Plaats van aantreffen
  • Datum van aantreffen

Als je niet in staat bent om het kadaver te brengen naar een VOC, dan kan je mailen naar rabies@sciensano.be met de vraag dat het kadaver bij jou wordt opgehaald.

De kadavers worden na inzameling gescreend op rabiës, SARS-CoC-2 en andere pathogenen, en eveneens op ACE2 receptoren voor SARS-CoV-2. Dit onderzoek gebeurt door ANB in samenwerking met SCIENSANO, KULeuven, Universiteit Antwerpen, Diergezondheidszorg Vlaanderen, Opvangcentra voor in het wild levende dieren van Vogelbescherming Vlaanderen, en de vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt.

Voor meer informatie kan je mailen naar de coördinator van dit onderzoek Muriel Vervaeke muriel.vervaeke@vlaanderen.be.


Aanbevelingen

Om uitgaande van het voorzorgsprincipe onze wilde dierenpopulaties te beschermen, is het aangewezen om voorzorgsmaatregelen te nemen bij contact met in het wild levende dieren.

Hieronder kan je een overzicht terugvinden met de aanbevelingen voor mensen die in aanraking komen met of in de buurt komen van in het wild levende dieren, zijnde:

  1. aanbevelingen voor medewerkers van opvangcentra voor in het wild levende dieren;
  2. aanbevelingen voor wandelaars die een ziek, verzwakt of gekwetst dier in het wild aantreffen;
  3. aanbevelingen voor eigenaars en gebruikers van een kelder, zolder of stal met vleermuizen;
  4. aanbevelingen voor vleermuisonderzoekers en professionelen die een direct contact hebben met vleermuizen;
  5. aanbeveling voor anderen die indirect contact hebben met vleermuizen.

Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op internationale aanbevelingen en op de beschikbare wetenschappelijke kennis. Deze aanbevelingen gelden met onmiddellijke ingang en blijven doorlopend gelden totdat Natuur en Bos andere richtlijnen communiceert. Natuur en Bos zal deze richtlijnen updaten op basis van de beschikbare kennis inzake het risico op en de impact van overdracht van het COVID19-virus naar in het wild levende dieren.

1. Aanbevelingen voor medewerkers van opvangcentra voor in het wild levende dieren

Om zo goed mogelijk te voorkomen dat verzorgers een eventuele coronabesmetting zouden overdragen naar de dieren die ze opvangen in het opvangcentrum, wordt aanbevolen om volgende voorzorgsmaatregelen te nemen bij het verzorgen van in het wild levende zoogdieren (het voederen en manipuleren van zoogdieren, het reinigen van de kooien, …):

  • Blijf steeds thuis als je positief getest bent op COVID-19, elke vorm van ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen opgevangen dieren tot twee weken na het verdwijnen van de symptomen.
  • Hou je aan de geldende social distancing regels voor contact met andere mensen die uitgevaardigd zijn door de federale overheid.
  • Draag wegwerphandschoenen. Indien dikkere handschoenen aangewezen zijn om beten te voorkomen (bv. ter voorkoming van rabiës), moeten deze handschoenen na elk gebruik gereinigd en gedesinfecteerd worden (door te wassen op 60°C of door gebruik van een ontsmettingsmiddel).
  • Draag een mondmasker. Dit is liefst een medisch-FFP2-mondmasker, maar indien dat niet beschikbaar is, voldoet ook een ander mondmasker dat conform is aan de criteria beschreven op https://www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker/.
  • Reinig al het gebruikte materiaal.
  • Stel na een verblijf in een VOC marterachtigen, vleermuizen en hertachtigen pas terug in vrijheid na een negatief testresultaat van het COVID-19-virus. Wanneer andere zoogdieren ziektesymptomen vertonen die verdacht zijn voor een COVID-19-infectie, stel je deze ook pas terug in vrijheid na een negatief testresultaat van het COVID-19-virus.

2. Aanbevelingen voor wandelaars die een ziek, verzwakt of gekwetst dier in het wild aantreffen

Als je in de natuur een wild dier vindt dat ziek of gekwetst is, dan kan je het voor verzorging brengen naar een erkend opvangcentrum voor in het wild levende dieren. De contactgegevens van deze VOCs kan je hier terugvinden: www.vogelbescherming.be/wild-dier-nood/adressen-contactgegevens

  • Laat een dier dat niet duidelijk ziek of gekwetst is in de natuur.
  • Zeker als je een schijnbaar verlaten reekalfje ziet, ga er niet naartoe, raak het niet aan en laat het ter plaatste. Verlaat zo snel mogelijk de omgeving zodat de moeder terug kan keren om het jong te zogen.
  • Raak geen dieren aan als je symptomen hebt van COVID-19 of deze recent hebt gehad.
  • Doe wegwerphandschoenen aan en een mondmasker als je een noodlijdend dier naar een VOC brengt. Dit om de kans te minimaliseren dat je het COVID-19-virus zou overbrengen op het dier.

Opmerking: op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker kan je terugvinden welk mondmasker je kan kopen of hoe je er zelf een kan maken.

3. Aanbevelingen voor eigenaars en gebruikers van een kelder, zolder, bunker of stal met vleermuizen

  • Vermijd de omgeving van vleermuizen als je positief getest bent op COVID-19, elke vorm van ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen vleermuizen tot twee weken na het verdwijnen van de symptomen.
  • Vermijd zoveel mogelijk de ruimtes waar vleermuizen verblijven om hen te beschermen.
  • Betreed je toch een ruimte met vleermuizen, draag dan een mondmasker en wegwerphandschoenen om de vleermuizen te beschermen en ze niet ziek te maken.
  • Zijn er enkel vleermuizen in jouw kelder, zolder of stal in het winterseizoen?
    • Gebruik dan toch al vanaf juli bij het betreden van die ruimten al een mondmasker als bescherming en pas een goede handhygiëne toe (dit wil zeggen: was je handen zorgvuldig voor en na het bezoek). Dit om het COVID-19-virus niet te verspreiden in de ruimte waar de vleermuizen vanaf juli al zullen langskomen.
    • Draag bij rondleidingen in mergelgrotten of forten mondmaskers en zie erop toe dat er een goede handhygiëne is (dit wil zeggen: was je handen zorgvuldig voor en na het bezoek).

Opmerking: op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker kan je terugvinden welk mondmasker je kan kopen of hoe je er zelf een kan maken.

4. Aanbeveling voor vleermuisonderzoekers en professionelen die een direct contact hebben met vleermuizen

In Vlaanderen besloot de bevoegde overheid, zijnde het Agentschap Natuur en Bos, in april 2020 om alle onderzoek door vleermuisonderzoekers waarbij nabijheid tot vleermuizen (minder dan 3 meter) nodig is, stil te leggen voor de periode van één jaar. Gezien de dalende prevalentie in de humane populatie en gezien de vaccinatie tegen het SARS-CoV-2 virus kan het vleermuizenonderzoek in Vlaanderen -dit zijn zowel bezoeken aan verblijfplaatsen als vangsten- vanaf juli 2021 opnieuw opstarten onder de voorwaarden die hieronder worden toegelicht.

Bezoeken aan winterverblijfplaatsen

In Vlaanderen verblijven vleermuizen ’s winters zowel in boomholten als in grotachtige objecten zoals ruïnes, forten, groeves, ijskelders en bunkers. Vleermuisonderzoekers bezoeken dergelijke plaatsen voor inventarisaties, monitoring (o.a. in functie van de meetnetten van de Vlaamse overheid), voor beschermingsacties of om probleemsituaties op te lossen. Andere gebruikers (eigenaars, aannemers, inspecteurs monumentenwacht, speleologen,…) bezoeken deze plaatsen eveneens regelmatig.

Richtlijnen bij bezoeken aan winterverblijfplaatsen (ingang: oktober 2021)

  • Bezoeken worden enkel uitgevoerd als er geen andere, minder  verstorende methode is om de onderzoekvraag te beantwoorden.
  • Het aantal bezoeken per winter wordt zo beperkt mogelijk gehouden.
  • De duur van het bezoek is zo kort mogelijk. Tellingen van vleermuisclusters gebeuren door het nemen van een foto waarop de vleermuizen achteraf geteld worden.
  • Het aantal personen dat deelneemt aan de telling is beperkt tot het noodzakelijke minimum.
  • Deelname aan wintertellingen kan enkel voor mensen die:
    • In het bezit zijn van een Covidsafe-Pass.
    • Niet positief getest zijn op COVID-19 de laatste 14 dagen
    • Geen enkele vorm van COVID-gerelateerde ziekteverschijnselen vertonen[1],
    • Niet recent een hoog risico contact hadden met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen.
  • Benader geen vleermuizen tot 4 weken na het verdwijnen van Covid-symptomen.
  • Tijdens wintertellingen worden vanzelfsprekend de geldende regels (social distancing, groepsgrootte, avondklok, …) die op dat moment uitgevaardigd zijn door de overheden gevolgd.
  • Alle personen die deelnemen aan de wintertelling moeten zoveel als redelijkerwijs mogelijk afstand houden van de vleermuizen  en zorgen voor goede handhygiëne (handen grondig wassen of desinfecteren voor en na een bezoek).
  • Iedereen die deelneemt aan een wintertelling draagt binnen een geschikt mondmasker (geen sjaal of dergelijke), en voorziet ook voldoende reservemondmaskers om zo nodig te vervangen.
  • Indien de epidemiologie van SARS-CoV-2 het vereist, kan ANB per direct alle activiteiten opschorten.

Koloniebezoeken in de zomer

In Vlaanderen verblijven vleermuizen -althans de vrouwtjes en hun jongen- in het zomerhalfjaar in groepen van enkele dieren tot enkele honderden exemplaren in kolonies. Deze kolonies kunnen, afhankelijk van de soort, gebruik maken van boomholten, maar ook van structuren in gebouwen zoals zolders van kerken of andere gebouwen, stallen, vleermuiskasten en andere plaatsen. Vleermuisonderzoekers bezoeken gekende en mogelijke kolonieplaatsen voor inventarisaties, monitoring (o.a. in functie van de meetnetten van de Vlaamse overheid), voor beschermingsacties of om probleemsituaties op te lossen. Andere gebruikers (eigenaars, kerkfabrieken, aannemers, inspecteurs monumentenwacht,…) bezoeken deze kolonieplaatsen eveneens regelmatig.

Richtlijnen bij koloniebezoek in de zomer (ingang: juli 2021)

  • Koloniebezoeken worden enkel uitgevoerd als er geen andere, minder verstorende methode is om de onderzoekvraag te beantwoorden.
  • Het aantal koloniebezoeken per seizoen wordt zo beperkt mogelijk gehouden.
  • De duur van het bezoek aan een kolonie is zo kort mogelijk. Vleermuistellingen van vleermuisclusters gebeuren door het nemen van een foto waarop de vleermuizen achteraf geteld worden.
  • Het aantal personen dat deelneemt aan het bezoek aan een kolonie is beperkt tot 2.
  • Deelname aan koloniebezoeken kan enkel voor mensen die:
    • in bezit zijn van een volledig vaccinatiepaspoort (minimaal 14 dagen na de laatste injectie)
    • of een negatieve PCR-test kunnen voorleggen die niet ouder is dan 72 uur
    • of een negatieve sneltest (geen zelftest) kunnen voorleggen die niet ouder is dan 24 uur.
  • Deelname aan koloniebezoeken kan niet als je positief getest bent op COVID-19 de laatste 14 dagen, elke vorm van COVID-gerelateerde ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in een hoog risico contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen vleermuizen tot 4 weken na het verdwijnen van de symptomen.
  • Tijdens koloniebezoeken worden vanzelfsprekend de geldende regels (social distancing, groepsgrootte, avondklok, …) die op dat moment uitgevaardigd zijn door de federale overheid gevolgd.
  • Alle personen die deelnemen aan het koloniebezoek moeten afstand houden van de vleermuizen  en zorgen voor goede handhygiëne (handen grondig wassen of desinfecteren voor en na een koloniebezoek).
  • Indien de epidemiologie van SARS-CoV-2 het vereist, kan ANB per direct alle activiteiten opschorten.

Vleermuisvangsten

In Vlaanderen worden voor onderzoeksprojecten vleermuizen gevangen en terug losgelaten op de vangstplaats. Dit gebeurt meestal door ervaren vrijwilligers van de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt Studie. Deze vangsten gebeuren voor:

  • inventarisaties (bv. voor soortbepaling van soorten die niet onderscheidbaar zijn met andere methodes, voor soorten die moeilijk te inventariseren zijn door middel van andere methodes);
  • specifiek onderzoek (bv. staalname voor epidemiologisch onderzoek, DNA-staalname, telemetrie-onderzoek naar habitatgebruik);
  • monitoring (bv. jaarlijkse zwermvangsten). 

De meeste vangsten vinden plaats in foerageergebieden en in de nazomer bij zwermplaatsen.  Daarnaast worden sporadisch ook vleermuizen gevangen in probleemsituaties (bv. het wegvangen van vleermuizen die in een woning terechtkomen). Voor het vangen van vleermuizen is een ontheffing noodzakelijk op Soortenbesluit.

Richtlijnen bij vleermuisvangsten (ingang: juli 2021)

  • Vleermuisvangsten worden enkel uitgevoerd indien er geen andere, minder invasieve methode is om de onderzoekvraag te beantwoorden.
  • Vleermuisvangsten zijn enkel mogelijk indien het betreffende onderzoek op voorhand werd gecommuniceerd aan ANB (via mail aan muriel.vervaeke@vlaanderen.be) en er door ANB geen negatief advies werd gegeven.  
  • Te allen tijde is de vangleider verantwoordelijk voor het correct verloop van een vangactie. Hij/zij neemt wanneer nodig werkzaamheden van helpers over, of sluit (tijdelijk) de vangmiddelen.
  • Vleermuisvangsten voor onderzoek worden uitgevoerd met aangepaste vangmiddelen die veilig zijn zoals mistnetten, netten en harptraps; handvangst kan bij niet-vliegende dieren.
  • Er wordt op voorhand ingeschat hoeveel vangmiddelen door de vanggroep beheersbaar zijn. Bij onverwachte grotere aantallen vangsten worden vangmiddelen (tijdelijk) buiten werking gesteld;
  • Binnen een straal van 50 meter rond zomerverblijven van gebouw-bewonende soorten wordt niet gevangen. Hieronder valt ook het afvangen van (op) zomerverblijven. Dit omdat deze soorten zeer trouw zijn aan hun verblijfplaats;
  • Een vangmiddel wordt zodanig opgezet dat het snel dichtgeschoven kan worden als het vangstsucces groter is dan de snelheid voor verdere manipulatie (opmeten, staalname, zenderen) en dat een vleermuis snel binnen handbereik gebracht kan worden zonder het dier in gevaar te brengen;
  • Open mistnetten worden ten minste 1 keer per 10 minuten gecontroleerd. Bij groot vangstsucces wordt de frequentie opgevoerd. Bij de plaatsing van de vangmiddelen wordt ervoor gezorgd dat deze controlesnelheid mogelijk is.
  • Vleermuizen worden in minder dan 2 minuten uit het net bevrijd. Vleermuizen waarbij dit niet lukt, krijgen een spoedbehandeling. Ofwel neemt een ervaren vanger het dier over en maakt dit los, ofwel het dier wordt bevrijd door de draden waarmee het dier verward zit, los te knippen. Een schaar dient binnen handbereik te zijn.
  • Alle gevangen vleermuizen moeten uiterlijk een uur na de vangst ter plaatse weer worden vrijgelaten. Als er een speciale reden is om het dier langer vast te houden (bijvoorbeeld telemetrie) dan is bijvoedering vereist. Het is daarom aan te raden bijvoorbeeld meelwormen mee te nemen.
  • Zwangere of lacterende vrouwtjes krijgen een spoedbehandeling. Ze worden zo snel als mogelijk, maar ten allerlaatste binnen een half uur na de vangst vrijgelaten.
  • Hoogzwangere vrouwtjes en vrouwtjes met aanhangend jong worden direct na het bevrijden uit het net vrijgelaten.
  • Bij vrijlating krijgen de dieren de gelegenheid zelfstandig weg te vliegen. Eventueel worden ze op een boom of muur geplaatst.
  • Afkoeling van dieren wordt voorkomen, bijvoorbeeld door ze niet op tochtige plaatsen te hangen. Afgekoelde dieren worden opgewarmd voor vrijlating.
  • Deelname aan vleermuisvangstsessies kan enkel voor mensen die:
    • in bezit zijn van een volledig vaccinatiepaspoort (minimaal 14 dagen na de laatste injectie)
    • of een negatieve PCR-test kunnen voorleggen die niet ouder is dan 72 uur
    • of een negatieve sneltest (geen zelftest) kunnen voorleggen die niet ouder is dan 24 uur.
  • Deelname aan vleermuisvangstsessies kan niet als je positief getest bent op COVID-19 de laatste 14 dagen, elke vorm van COVID-gerelateerde ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in een hoog risico contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen vleermuizen tot 4 weken na het verdwijnen van de symptomen.
  • Tijdens vangstsessies worden vanzelfsprekend de geldende regels (social distancing, groepsgrootte, avondklok, …) die op dat moment uitgevaardigd zijn door de federale overheid gevolgd.
  • Vleermuizen worden enkel gehanteerd door personen die een rabiës-vaccin ontvingen en een voldoende hoge titer hebben;
  • Tussen het vangen en manipuleren worden vleermuizen individueel geplaatst in propere katoenen vangzakjes (eenmaal gebruikt per vangsessie);
  • Na vangst worden materiaal (schuifmaat, pincet) ontsmet met 70% ethanol. Vangzakjes worden gewassen met voldoende wasmiddel op min. 60°;
  • Bij het beschrijven en manipuleren van vleermuizen wordt niet op de dieren geblazen, maar gebruik gemaakt van een blaasbalgje om in de pels te kijken.
  • Indien de epidemiologie van SARS-CoV-2 het vereist, kan ANB per direct alle activiteiten opschorten.

5. Aanbeveling voor anderen die indirect contact hebben met vleermuizen

  • Inspecteurs van monumentenwacht, ander inspectiepersoneel (bv. onroerend erfgoed), mensen van de kerkuilenwerkgroep en andere mensen die vaak in ruimtes komen die gebruikt worden door vleermuizen, moeten volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
  • De ruimten die gebruikt worden door vleermuizen mogen enkel betreden worden door mensen die:
    • in bezit zijn van een volledig vaccinatiepaspoort (minimaal 14 dagen na de laatste injectie)
    • of een negatieve PCR-test kunnen voorleggen die niet ouder is dan 72 uur
    • of een negatieve sneltest (geen zelftest) kunnen voorleggen die niet ouder is dan 24 uur.
  • Betreding kan niet als je positief getest bent op COVID-19 de laatste 14 dagen, elke vorm van COVID-gerelateerde ziekteverschijnselen vertoont, of als je recent in een hoog risico contact geweest bent met mensen die besmet zijn of ziekteverschijnselen vertonen. Benader geen vleermuizen tot 4 weken na het verdwijnen van de symptomen.
  • Tijdens het bezoek worden vanzelfsprekend de geldende regels (social distancing, groepsgrootte, avondklok, …) die op dat moment uitgevaardigd zijn door de federale overheid gevolgd.
  • Alle personen die deelnemen moeten afstand houden van de vleermuizen  en zorgen voor goede handhygiëne (handen grondig wassen of desinfecteren voor en na een koloniebezoek).
  • Indien de epidemiologie van SARS-CoV-2 het vereist, kan ANB per direct alle activiteiten opschorten.


De risico-evaluatie van de federaal-gewestelijke ‘Risk Assessment Group Covid-19 Animals, subwerkgroup Wildlife’ aangaande de overdracht van SARS-CoV-2 naar de wilde fauna kan je hier terugvinden.